dinsdag 29 mei 2012

Klas 5 Kobus en Agnietjes: een burgervrijage (verlichting)


Stromingsboek : verlichting

Algemene kenmerken
Kobus en Agnietje : een burgervrijage – Jacobus van Effen

Uitgegeven in meerdere plaatsen in Nederlands, tussen 1731 en 1735

Zelf heb ik het online gelezen, dus ik had geen specifieke druk

Genre :  Spectatoriaal verhaal

Samenvatting

De auteur vertelt de Burgervrijage aan Heer Spectator (= beschouwer, opmerker). Hij ziet zijn buurmeisje Agnietje, de 18-jarige dochter van een "hupse, deugdzame weduwe", op de stoep staan wachten. Een jonge timmermansknecht, Kobus, komt langs; hij ziet er nogal ,,lobbesachtig" uit. Hij vraagt haar of hij zijn pijpie aan haar testje mag opsteken; als ze vraagt waarom hij er zo ontsteld uitziet, verklaart hij haar zijn liefde. Ze wil echter niets van de brave jongeling weten, ook niet als hij vertelt dat hij zijn ambacht goed beheerst en een ,,Motje" heeft, die veel geld bezit, waarvan hij de helft zal erven. Ze is echter iets milder jegens hem geworden, want de schrijver ziet bij zijn vertrek, dat ,,Agnietje, de deur redelijk hard toegesmeten hebbende, dezelve zo zachtjes als 't mogelijk was weer opende, om den jongeling nog eens na te zien, en daarna even zacht dezelve weer toesloot".
Enige tijd later gaat Kobus met zijn zuster Keetje bij Agnietje op bezoek. Na afloop van het bezoek wandelen ze gedrieën nog een ,,graftje" om; bij het afscheid krijgt Kobus een kusje. Sindsdien komt Keetje veel bij haar vriendin op bezoek en Kobus haalt haar af. Sommige mensen hebben de, moeder van Agnietje al gewaarschuwd, ,,dat het geen echt spul met Kobus kan zijn, en al meende hij 't al, dat immers de vader, die eigenaar is van verscheiden huizen, en een deftige kostwinning daarbij heeft, in der eeuwigheid niet toe zou staan, dat z'n enige zoon een dochter zonder goed zou trouwen." de moeder van Agnietje heeft zich van deze praatjes echter niets aangetrokken.
De beide gelieven zijn radicaal veranderd; ze zien er nu veel zwieriger uit en gedragen zich vlotter. Kobus' vader raadpleegt de auteur, die zijn advocaat is, over deze zaak. Hij wil weten of ,,Agnietje zich wel draagt, of ze wat weel van huis te houden, en voornamelijk of ze goedaardig is". De vrijster krijgt van de advocaat een goede getuigenis. Agnietje en haar moeder zullen door Kobus' vader te gast worden uitgenodigd en de advocaat wordt verzocht er ook bij te zijn. ,,Motje" zal er ook zijn. Het wordt een feestelijke maaltijd. Kobus wordt nu Jacob genoemd. Ondertussen at noch dronk de goede Jacob bijkans niet: hij verzadigde zich en maakte zich als dronken in ‘t aanzien van zijn bekje.
Na de maaltijd wordt de zaak beklonken. De advocaat raadt af om op huwelijkse voorwaarden te trouwen. Motje geeft Agnietje duizend rijksdaalders als bruidsschat mee. Jacob en Agnietje vallen Motje schreiende om de hals. De notaris wordt gehaald. Nog diezelfde avond wordt het huwelijk gesloten.


Specifieke opdracht : verwerkingsopgaven

Kenmerken Verlichting
-          (1) gebruik van het verstand
-          (2) afkeuring van hoogdravendheid en onnatuurlijkheid
-          (3) uitgangspunt is de waarneembare werkelijkheid
-          (4) met het verstand valt de werkelijkheid te achterhalen
(1)

Als er iemand is in het hele verhaal die zijn verstand goed gebruikt, is het Agnietje wel.  Ze denkt veel aan haarzelf en aan haar moeder en zodra ze doorheeft dat ze boven haar stand kan trouwen, raakt  ze geïnteresseerd in Kobus

(2)

In het verhaal wijst Agnietje al vroeg in het verhaal Kobus af, iets wat in die tijd niet gebruikelijk was.   Omdat dit dus niet gebruikelijk was, wordt het later in het verhaal ook weer teruggedraaid en trouwen de twee alsnog

(3)

Een mooi voorbeeld is de vader van Kobus die wil weten of Agnietje wel geschikt is voor zijn zoon. Ondanks dat de Schrijver de twee zijn zege geeft wil de vader het alsnog zelf ervaren en nodigt hij het meisje met haar hele familie uit voor een etentje.

(4)

Ik heb niets in het verhaal kunnen ontdekken wat overeen kwam met dit aspect.


In hoeverre is dit boek representatief voor de stroming ?

Naar mijn idee is dit boek een goed voorbeeld van een verlichtingsboek. Hoewel het boek over liefde en gevoelens gaat en dit vooral naar de Romantiek neigt,  gaan ze niet erg diep in op de gevoelens en wel op de “geschiktheid” van het huwelijk.  Ook het feit dat uiteindelijk Kobus met iemand van een lagere stand trouwt is een typisch aspect van de verlichting. Want voor die tijd was dat zeer ongebruikelijk. 

Klas 5 Snikken en grimlachjes - Piet Paaltjens (Romantiek)


Stromingsboek : Romantiek

Algemene informatie
Snikken en grimlachjes – Piet Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt)
Uitgegeven in Amsterdam, 1953
Eerste uitgave in Schiedam, 1867
Bladzijden : 76
Genre : Poëzie

Samenvatting :
Van Snikken en Grimlachjes is geen samenvatting te geven, omdat het een bundel gedichten is. Deze bundel is opgebouwd uit verschillende delen, welke ik hieronder wel kort kan beschrijven. De bundel begint met een levensschets van Piet Paaltjens waarin Haverschmidt vertelt hoe moeizaam en mysterieus zijn leven verliep. Dit wordt gevolgd door het gedicht De Bleeke Jongeling uit 1851, over een jongen met liefdesverdriet. In de levensschets voor in het boek staat dat dit gedicht over Piet Paaltjens zelf gaat. Daarna wordt het boek gesplitst in drie hoofdstukjes. Deze zijn weer onderverdeeld in diverse kleine gedichtjes met strofen van vier regels. Het rijmschema is ABCB. Het eerste hoofdstuk is genaamd Immortellen en komt uit 1850-1852, waarin korte, grappige gedichtjes staan waarin Piet zich vaak ironisch uit. Deze gedichten zijn genummerd van I t/m C (1 t/m 13). Het tweede deel heet Tijgerlelies, dit komt uit 1851-1853. Hierin staan vier gedichten die allemaal gericht zijn aan verschillende liefdes in het leven van Piet: Betsy, Rika, Jacoba en Hedwig. Deze vrouwennamen vormen tevens de titels van de gedichten.

Specifieke opdracht : verwerkingsopgaven

Kenmerken romantiek
-          (1) Gevoel
-          (2) Tegenstellingen
-          (3)(woeste) natuur
-          (4)Vrijheid van de artistieke expressie
-          (5) ik persoon belangrijk

(1)
O, spreek mij niet van liefde,
Van vriendschap en van trouw ;
Die zijn al sinds lang overleden,
‘k Ben lang er al van in den rouw.

(2)
Zooals ik eenmaal beminde,
Zoo minde er op aarde nooit een.
Maar ‘k vond, tot wien ik mij wende,
Slechts harten van ijs en steen

(3)
’t Avondt. Door het heidekruid
Suist als aeoolsharpgeluid
’t Windeken en kust zoo zacht
Al de bloempjes goedennacht
’t Orgelend lied der vooglenkelen
Zwijgt in ’t loover der abeelen,
’t Sjirpend krekeltjen in de struweelen

(4)
In ’t Hollandsch zingt de jongeling niet ;
Die taal is ongeschikt,
Zij klinkt in de ooren van de min
Zoo ruw en ongelikt

(5)
Ik heb hier geen concreet voorbeeld van, maar ongeveer 80% van alle gedichten is in een duidelijke ik-persoon geschreven.


is de het boek een exponent voor de stroming ?

Ja, in  “Snikken en grimlachjes” kan je alle elementen van de romantiek terugvinden.
Gevoel en tegenstellingen vind je in elke gedicht, maar ook de voorliefde voor de ruige natuur zie je in menig gedicht terug. 

zaterdag 19 mei 2012

klas 5 het behouden huis - Willem Frederik Hermans


Leesdossier Klas 5 Boek 3
“het behouden huis”  door Willem Frederik Hermans

Samenvatting
De ik-figuur vecht in de Tweede Wereldoorlog aan de zijde van de partizanen. De meeste zijn Oost-Europeanen. Dat zorgt voor taalproblemen. Hier heeft hij moeite mee en hij voelt zich eenzaam. Alleen met een Spanjaard heeft hij wat contact. Wanneer de partizanen een stadje veroverd hebben en de ik-figuur een café binnen wil gaan, krijgt hij de opdracht het stadje te zuiveren van ‘boobytraps’. In het stadje ziet hij niemand. Plotseling stuit hij op een groot huis. Hij herinnert zich het verblijf in gevangenissen – sinds vier jaar heeft hij niet meer in een normaal bed geslapen. Met een zekere eerbied neemt de hoofdpersoon zijn intrek in het huis. Hij gaat het hele huis door. Slechts een kamer is op slot. Er is niemand. Wanneer hij het hele huis doorzocht heeft, neemt hij een bad en trekt daarna de kleding van de oorspronkelijke bewoner aan. Hierna gaat hij naar de keuken en eet de pan soep, die nog op het fornuis stond, leeg. Plotseling gaat de bel. De Duitsers hebben een tegenaanval gedaan en nu staat er een Duitse officier op de stoep. Hij denkt dat de ik-figuur de wettige bewoner is en scheept hem op met de inkwartiering van enkele officieren. De volgende ochtend ontdekt hij dat het slot van de kelder is geforceerd. Hij beklaagt zich hierover bij de kolonel en het slot wordt vervangen en de soldaten houden zich in het vervolg rustig. Hoewel de ik-figuur de Duitsers als soldaat bestreden heeft, ziet hij geen wezenlijke bedreiging in hen, omdat hij als het ware zijn soldatenleven opzij heeft gelegd. Wel is hij voortdurend bang voor de komst van de werkelijke eigenaars. De volgende week verloopt rustig. De ik-figuur verkent de omgeving en neemt een kat mee naar het huis. In de huisbibliotheek ontdekt hij allerlei boeken over vissen: de eigenaar moet een vissenliefhebber zijn. Op een dag betreedt een vreemde man het huis. Hij blijkt de eigenaar te zijn. De ik-figuur schiet hem dood. Dan komt er een vrouw uit de badkamer. De ik-figuur wurgt haar op lugubere wijze en legt haar in ‘zijn’ slaapkamer. De vermoorde man legt hij in de tuin. Wanneer hij weer binnenkomt ziet hij licht in de afgesloten kamer. De deur staat op een kier. De ik-figuur ziet een dove oude man te midden van een verzameling aquaria. De oude man vertelt een heel verhaal over zijn ‘cultuurgoed’. De ik-figuur gaat naast de vrouw liggen en valt in slaap. Nadat de kolonel op de deur heeft geklopt, zegt hij dat ze ingesloten zijn door de bolsjewisten. De ik-figuur trekt zijn uniform weer aan en neemt de kolonel gevangen. Hij mag zich niet meer scheren. Op weg naar beneden probeert de ik-figuur de oude man duidelijk te maken dat hij geen ‘Heil Hitler’ meer mag zeggen. Hij schrijft de boodschap op een briefje, wanneer de man hem niet snapt. De ik-figuur sluit zich weer bij het leger aan. Hij komt ook de Spanjaard weer tegen. Die is geïnteresseerd in de vrouw. De ik-figuur brengt hem naar het huis. De partizanen, die hen gevolgd zijn, vernielen het huis en belemmeren de ik-figuur de doorgang naar boven.’s Avonds lukt het hem naar boven te gaan. De kamer is verlaten en de aquaria zijn vernield. Ook de vrouw is weg. In de tuin treft hij het lijk van de eigenaar nog wel aan. Op het grasveld voor het huis ontdekt hij de anderen: de oude man, de kolonel en de vrouw zijn aan een plataan opgehangen. Voordat hij met het leger meegaat, gooit hij nog een granaat in het huis. Hij beseft dat het huis al die tijd ‘komedie heeft gespeeld’ en nu pas laat zien wat het in werkelijkheid geweest is: ‘een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en veiligheid.’










Thema en motieven
Het thema van het boek is vooral de gedachten van een eenzame soldaat in de tweede wereldoorlog.
Het is wel duidelijk dat hij niet in de meest comfortabele situatie zit;  ver van huis vecht hij mee met partizanen die dan wel het rechtvaardige nastreven, maar zodra ze kunnen moorden, verkrachten en plunderen. De motieven zijn :
-          Oorlog : van het begin tot het einde is het een verhaal waarin oorlog en alle gevolgen van oorlog een grote rol spelen.
-          Eenzaamheid : de ik-persoon is eenzaam en hoewel hij niet actief hier wat aan probeert te doen is het wel duidelijk dat het hem dwarszit.
-          Normen en waarden : hij wil zich ondanks zijn soldatenleven wel fatsoenlijk gedragen, maar op het moment dat hij in het nauw komt moet hij keuzes maken die tegen zijn principes ingaan. Aan de andere kant wil hij het er zo nu en dan ook wel van nemen

Bespreking van de belangrijkste personen
de ik-persoon in het boek heeft op zijn eenzaamheid na niet echt een probleem. Hij zit in een continue “flow” van vechten en doortrekken naar het volgende gebied. Zelfs als hij op een gegeven moment in levensgevaar dreigt te raken blijft hij bijzonder rustig.  Hij vlucht echter niet voor zijn problemen. Zijn eenzaamheid heeft hij deels aan zichzelf te danken en kan zo 1,2,3 niet opgelost worden. Daarin zit dus een naturalistisch aspect. De levensgevaarlijke situaties lost hij op, dus dat is een realistisch punt. Al met al zou ik het in grote lijnen op een naturalistisch boek houden.

Ruimte
Het verhaal speelt zich vanaf het begin tot het eind af rond het grote huis in een verlaten stadje. (waarschijnlijk in het Oostblok). In de eerste bladzijden wordt beschreven hoe de ik-persoon zich naar de stad toe vecht, in de laatste bladzijden hoe hij het huis verlaat. Details over het huis worden, niet/nauwelijks gegeven.  Toch is het effect van het huis van invloed op het verhaal. Het grote verlaten huis is een perfect scenario voor de eenzame man. Hoe hij door het grote huis dwaalt verduidelijkt het eenzame gevoel van de man.

Mening (op basis van 7 argumenten)
1.       Na dit boek gelezen te hebben vond ik  dat de hele structuur ontbrak. Dit bleek echter niet te kloppen, het hele boek blijkt namelijk bol te staan van de symboliek. De man met zijn aquarium, het niet verplaatsen van de dode vrouw : het zijn allemaal aspecten waar diepere gedachten achter zitten. Het aquarium bijvoorbeeld staat voor het christendom, en de oude man voor god. De oude man wordt opgehangen en het aquarium vernield. Dit suggereert de ondergang van het christendom.
2.       Omdat de houding en visie van de ik-persoon zeer verschilt van die van mij, kon ik mij moeilijk inleven in zijn gedachten.  Maar na 30 bladzijden begon ik toch wel een beetje met hem te sympathiseren, want ondanks de verschrikkelijke dingen die hij doet komt wel door dat het een heel sympathiek persoon is. Het boek zelf deed me niet zo veel, het kwam nogal emotieloos op me over.
3.       De bedoeling van de schrijver (denk ik) was het creeren van een scenario waarbij in een geïsoleerd leger een persoon vereenzaamd raakt. Oftewel, de ultieme eenzaamheid, ondanks al zijn mede-soldaten om zich heen.
4.       De normen en waarden van de ik-persoon zijn nogal basisch.  Er wordt duidelijk gesuggereerd dat hij en andere partizanen niet terugdeinzen om te verkrachten, moorden en lijken te beroven. Dit komt natuurlijk allerminst overeen met mijn normen en waarden, maar ik zit ook niet in een oorlogssituatie.
5.       De werkelijkheid wordt in dit boek naar mijn weten prima uitgebeeld. Het is ook een boek waar mensen van beseffen dat wat zij als “de goeden” bestempelen ook een horde beestachtige horken kan zijn, ondanks dat ze voor het rechtvaardige strijden.
6.       Het onderwerp “oorlog”  is niet zo vernieuwend, al was de eenzaamheid te midden van oorlog voor mij een geheel nieuw iets.  Op “oorlog zonder vrienden” na heb ik nog geen boek gelezen met dezelfde thematiek. 
7.       Kleine bladzijden, grote letters,  weinig bladzijden.  Dat maakt een boek aantrekkelijk om “even” te lezen. Verder vond ik dat de details niet echt belicht werden.  Het boek staat zoals al gezegd propvol met symboliek waarvan ik de helft niet snap maar toch doorheb dat het een symbolisch gebruik heeft. Ook maakt de schrijver veel gebruik van metaforen.


Al met al een prima boek om in een middagje uit te lezen, maar niet om veel van te verwachten.
Sommige mensen zullen qua symboliek er veel meer uit halen dan anderen en het waarschijnlijk dus ook beter vinden.