dinsdag 29 mei 2012

Klas 5 Snikken en grimlachjes - Piet Paaltjens (Romantiek)


Stromingsboek : Romantiek

Algemene informatie
Snikken en grimlachjes – Piet Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt)
Uitgegeven in Amsterdam, 1953
Eerste uitgave in Schiedam, 1867
Bladzijden : 76
Genre : Poëzie

Samenvatting :
Van Snikken en Grimlachjes is geen samenvatting te geven, omdat het een bundel gedichten is. Deze bundel is opgebouwd uit verschillende delen, welke ik hieronder wel kort kan beschrijven. De bundel begint met een levensschets van Piet Paaltjens waarin Haverschmidt vertelt hoe moeizaam en mysterieus zijn leven verliep. Dit wordt gevolgd door het gedicht De Bleeke Jongeling uit 1851, over een jongen met liefdesverdriet. In de levensschets voor in het boek staat dat dit gedicht over Piet Paaltjens zelf gaat. Daarna wordt het boek gesplitst in drie hoofdstukjes. Deze zijn weer onderverdeeld in diverse kleine gedichtjes met strofen van vier regels. Het rijmschema is ABCB. Het eerste hoofdstuk is genaamd Immortellen en komt uit 1850-1852, waarin korte, grappige gedichtjes staan waarin Piet zich vaak ironisch uit. Deze gedichten zijn genummerd van I t/m C (1 t/m 13). Het tweede deel heet Tijgerlelies, dit komt uit 1851-1853. Hierin staan vier gedichten die allemaal gericht zijn aan verschillende liefdes in het leven van Piet: Betsy, Rika, Jacoba en Hedwig. Deze vrouwennamen vormen tevens de titels van de gedichten.

Specifieke opdracht : verwerkingsopgaven

Kenmerken romantiek
-          (1) Gevoel
-          (2) Tegenstellingen
-          (3)(woeste) natuur
-          (4)Vrijheid van de artistieke expressie
-          (5) ik persoon belangrijk

(1)
O, spreek mij niet van liefde,
Van vriendschap en van trouw ;
Die zijn al sinds lang overleden,
‘k Ben lang er al van in den rouw.

(2)
Zooals ik eenmaal beminde,
Zoo minde er op aarde nooit een.
Maar ‘k vond, tot wien ik mij wende,
Slechts harten van ijs en steen

(3)
’t Avondt. Door het heidekruid
Suist als aeoolsharpgeluid
’t Windeken en kust zoo zacht
Al de bloempjes goedennacht
’t Orgelend lied der vooglenkelen
Zwijgt in ’t loover der abeelen,
’t Sjirpend krekeltjen in de struweelen

(4)
In ’t Hollandsch zingt de jongeling niet ;
Die taal is ongeschikt,
Zij klinkt in de ooren van de min
Zoo ruw en ongelikt

(5)
Ik heb hier geen concreet voorbeeld van, maar ongeveer 80% van alle gedichten is in een duidelijke ik-persoon geschreven.


is de het boek een exponent voor de stroming ?

Ja, in  “Snikken en grimlachjes” kan je alle elementen van de romantiek terugvinden.
Gevoel en tegenstellingen vind je in elke gedicht, maar ook de voorliefde voor de ruige natuur zie je in menig gedicht terug. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten